Het leven is niet boven-natuurlijk

Viktor Stepanovich Grebennikov

Viktor Stepanovich Grebennikov

Wat heeft het leven te maken met zwaartekracht? De ontdekking van Viktor Grebennikov laat zien dat mensen een biogravitatie-mechanisme hebben en in staat zijn tot levitatie. Krachten zoals zwaartekracht en magnetische velden zijn onzichtbaar, maar niemand noemt ze paranormaal. Deze machten en krachten blijken gewone menselijke vermogens die horen bij de vitaliteit van het leven. Piet Vergunst ontwikkelde daarvoor een toepassing. Hij noemt het de Wifiwell. 

 

Mijn eerste onderzoekvragen gingen over het bewustzijn. Mijn interesse ging uit naar al de wonderlijke en magische eigenschappen die mensen blijken te hebben. Vele daarvan werden en worden nog steeds para-normaal genoemd. In de natuurwetenschappen en in de filosofie wordt deze werkelijkheid meta-fysisch genoemd. Het gaat dus zowel bij paranormaal als bij metafysisch over onzichtbare krachten en machten die boven-natuurlijk en zeker niet normaal zijn. Deze krachten zijn echter de essentie van ieders leven. En hoe mysterieus ook, ze zijn niet boven-natuurlijk of ab-normaal.

Inmiddels vijf jaar geleden las ik in Olga Karithidi’s Pad naar de sjamaan over Kozyrev en zijn spiegel. Ik heb die spiegel gebouwd. Het is een ruimte waar je in kunt zitten en waar het aardmagnetisch veld minder vat op je heeft. Daarnaast herontdekte ik het Mfkzt (spreek uit: Moefkoest) van de Egyptenaren, het sterrenstof waar we volgens de Siberische sjamanen van zijn gemaakt. De stof heeft veel overeenkomsten met supergeleidermaterialen, waardoor de data-verwerking in ons systeem zoveel verbetert dat het lijkt alsof de bekabeling van koperdraad naar glasvezel is veranderd.

De spiegel geeft toegang tot onderzoek naar de effecten van het aardmagnetisch veld op de mens. Het aardmagnetisch veld is één van die onzichtbare krachten. Het belang om dit te bestuderen is zowel dramatisch als prachtig. Het drama is dat het veld steeds sterker verzwakt, en dat er sneller dan verwacht een omkering van het magneetveld kan plaatsvinden. Het prachtige is dat mensen door het verminderen van dit veld steeds telepatischer worden.

Het mono-atomisch witgoud poeder Mfkzt en de natuurkunde van de supergeleidingmaterialen wijst naar een andere onzichtbare kracht: de zwaartekracht. Maar het magische aan de ontwikkelingen op dit vlak is de anti-zwaartekracht. Op dit moment rijden er al treinen (bijv. de Maglev – magnetic levitation) met deze technologie. Het leven zelf is afhankelijk van deze – en andere – onzichtbare krachten. De vonk des levens, de adem van god, de anima of ziel die dode materie tot levende materie maakt; allemaal woorden voor iets dat onze vitaliteit bepaalt en ons eigen bio-veld koppelt aan het aardmagnetisch veld en de zwaartekracht. Ook Grebennikov onderstreept deze koppeling en heeft het in zijn vindingen over biogravitatie. Ik gebruik zijn vinding voor een toepassing om ons bio-veld te vitaliseren. Hieronder leg ik beide uit.

Grebennikov is de ontdekker van het zogenaamde ‘holte structuur effect’ (Cavity Structure Effect, oftewel CSE).

Grebennikov is de ontdekker van het zogenaamde ‘holte structuur effect’ (Cavity Structure Effect, oftewel CSE). Dit gaat over het effect, op mensen en dieren, van specifiek gevormde ruimtes. Neem als voorbeeld een honingraat. Hij ontdekte dat de vorm van de holtes voor een heel speciaal effect zorgen. Het is door dit effect dat bijen (en hommels en wespen) hun nest kunnen terugvinden. Maar het is ook de reden waarom hun nest bacterie- en schimmelvrij is.

Door het bestuderen en nabouwen hiervan heb ik een aanvullende ontdekking gedaan. Het ‘veld’ effect dat Grebennikov ontdekte komt niet uit het niets. De holtestructuren transformeren een al bestaand (plaatselijk) veld tot een vitaal bio-energetisch veld. Welke bronnen, vroeg ik mij af, kunnen als ‘brandstof’ dienen voor dit holte-effect? Welke energie, veld of bronnen zijn er nog meer die het bio-energetisch veld van ons systeem beïnvloeden?

Velen ervaren dat allerlei stralingsvelden hun gezondheid beïnvloeden. En de meest voor de hand liggende daarvan is een Wifi-zender. Inmiddels staan overal en in elk huis Wifi-zenders energie uit te braken. Dat is niet heel erg gezond, alhoewel niet duidelijk is wat precies en waarom precies. Met een Bovis-meter is duidelijk te meten dat een Wifi-zender een woonhuis een lagere Boviswaarde geeft. Je zou kunnen zeggen dat een Wifi-zender het leven opzuigt. Maar met het CSE wordt dit veld omgevormd. Na meting blijkt dat het zelfs een vitaliserend effect heeft; de Boviswaarde neemt toe! Vandaar dat ik deze toepassing Wifiwell heb genoemd. Een goed gevormde holtestructuur maakt van een Wifi-zender een bron van vitaliserende energie.

 

Ode aan Grebennikov en biogravitatie

Viktor Stepanovich Grebennikov (1927-2001) was een natuurliefhebber, een professioneel entomoloog (iemand die insekten bestudeert) en een begaafde kunstschilder. In Rusland is hij bekend als ontdekker van het zogenaamde CSE oftewel ‘Cavity Structure Effect’; het effect van specifiek gestructureerde holtes. Maar de andere geheimen die hij in de levende natuur ontdekte, zijn minder bekend. En in de westerse wereld is hij nagenoeg onbekend.

In 1988 ontdekte hij het anti-zwaartekracht effect van de rugschilden van sommige soorten insecten. Een bijbehorend fenomeen, dat verbonden is aan deze anti-zwaartekracht, is de gedeeltelijke onzichtbaarheid – of de vervormde perceptie – van een object gedurende dit effect. Op basis van de kennis van deze principes, ontwierp en bouwde hij een anti-zwaartekracht platform en ontwikkelde hij ook de beginselen van de bemande vlucht in de praktijk. Hij gebruikte het platform als middel van transport vanaf 1991 en bereikte snelheden tot 1500 km/uur (meer hierover verderop in dit artikel).

 

Microfoto’s van een insectvleugel

(Boven en onder) Microfoto’s van een insectvleugel

Microfoto’s van een insectvleugel

Samengevat: leviteren is géén anti-zwaartekracht verschijnsel.  

Grebennikov richt in zijn studie over ‘anti-zwaartekracht zijn aandacht niet op de bestaande gedachten van psychokinese of de door diepe Transcendente Meditatie te bereiken yogi levitatie. Hij zegt dat het een vergissing is om soortgelijke effecten toe te schrijven aan bovennatuurlijk begaafde mensen. Hij is er van overtuigd dat het een algemene biologische wet is die onvoldoende is onderzocht. Hij noemt het fenomeen dan ook niet anti-zwaartekracht, wat verwijst naar de mechanische natuurkunde, maar ziet het als een effect van biogravitatie. Samengevat: leviteren is géén anti-zwaartekracht verschijnsel. Hij doet uitvoerig verslag van experimenten met slaapwandelaars, personen die lijden aan een specifieke vorm van epilepsie en mensen met vormen van bezetenheid. Deze experimenten gaan over gevallen waarin mensen over dunne houten stokken lopen, over andere mensen heen stappen, zweven, heel ver kunnen springen, enzovoort. Allemaal voorbeelden waarbij het lichaamsgewicht van de persoon sterk verminderd lijkt te zijn.

Mensen in acute emotionele stress (alsof er een overweldigende dwingende prestatie van levensbelang nodig is om obstakels te overwinnen) zijn tot bijna onmenselijke prestaties in staat. Er zijn veel verhalen bekend van mensen die enorm grote gewichten kunnen tillen onder die omstandigheden. Meestal wordt dit uitgelegd door de inzet van mechanische spierkracht, alhoewel de berekeningen hiervoor niet logisch te verklaren zijn met de functie van spieren. En de gevorderde sporter weet dat zijn sportieve prestatie wordt bepaald door zijn psychologische training, en niet zozeer afhankelijk is van zijn fysieke toestand. Atleten in het bijzonder hebben goed ontwikkelde bio-gravitatie mechanismen.

Iedereen kan biogravitatie uitproberen met het volgende oude spel. Een man gaat zitten op een stoel en vier van zijn vrienden ‘bouwen’ een raster met licht gespreide vingers over zijn hoofd. Daarna plaatsen alle vier tegelijk hun samengedrukte wijs- en middelvinger onder de oksels en onder de knieën van de zittende man, en gooien hem energiek in de lucht. Als alles goed is gedaan, kan een man van 100 kilo naar het plafond vliegen, terwijl degenen die hem gooiden beweren dat hij licht als een veertje was.

 

CSE

Grebennikov beschrijft bijna lyrisch een nacht die hij doorbrengt in de openlucht. Hij beschrijft minutieus de muggen, de steppe, de rode schijf van de opkomende zon en het water in zijn veldfles. Hij kampeert op een klif aan de oevers van een zoutmeer, in de Kamyshlovo vallei. Liggend op zijn jas, met zijn rugzak als hoofdkussen, krijgt hij een vreemde ervaring. Hij krimpt ineen tot de grootte van een mier en lijkt in een diepe afgrond te vallen. Plotseling ziet hij flitsen voor zijn ogen, maar het maakt niet uit of hij ze open- of dicht doet. Als het hele tafereel tot rust is gekomen blijven er lichtjes rond hem heen dansen en voelt hij een sterke metaalsmaak in zijn mond, alsof hij zijn tong tegen de contactplaatjes van een elektrische batterij heeft gedrukt. In zijn oren is het gaan rinkelen en hij kan de dubbelslagen van zijn eigen hart horen. Hoe kan men slapen wanneer dergelijke dingen gebeuren, is zijn verzuchting. Hij probeert van alles om deze onaangename gewaarwording te laten stoppen, maar niks helpt.

De oplossing valt hem pas jaren later in. De bijenstad in de Kamyshlovo vallei is dan allang verdwenen wegens allerlei grondwerkzaamheden, wegen en verstedelijking. Dat wetende had hij een kleine container gevuld met kleibrokken en mee naar huis genomen. In deze kleibrokken zaten de bijenraten. Hij had ze verzameld en in glazen potten gedaan. Ze stonden op zijn bureau en op planken. Hij was een echte verzamelaar en zijn rommelige kamer stond vol met sprinkhaanhuisjes, chemicaliën en allerlei opgezette insecten.

Per ongeluk zwaaide hij zijn hand boven de pot met raten en poreuze fragmenten van de bijenstad. Hij kon een warme uitstraling voelen, terwijl de resten zelf koud aanvoelden. Ook kon hij een soort tikken in zijn vingers voelen. Voorover buigen en boven de pot hangen gaf hem hetzelfde gevoel als jaren daarvoor op zijn kampeertripje. Hij voelde zich weer licht worden, kreeg het gevoel van vallen, lichtflitsen voor zijn ogen en in zijn mond het gevoel van de elektrische batterij en hij werd een beetje misselijk. 

Hij onderwerpt de raten aan allerlei officiële onderzoeken. Hij doet allerlei verschillende metingen, met instrumenten als thermometers, ultrasone detectoren, magnetometers en elektrometers. Geen enkele meter slaat uit. Hij heeft een nauwkeurige chemische analyse van de klei uitgevoerd en vond niets bijzonders. De radiometer was ook stil. Maar de gewone menselijke handen, en niet alleen die van hemzelf, konden duidelijk warmte ofwel koude voelen, of een tinteling, of soms een dikke kleverigheid. Hij doet daarna allerlei experimenten met kunstmatige honingraten van plastic, papier, metaal en hout. Allemaal op basis van de structuren van de bijennesten. En wat bleek? De effecten vonden niet alleen bij de natuurlijke raten plaats; kunstmatig gemaakte raten leverden dezelfde effecten op. Hij noemt het vanaf dat moment CSE [1].

 

Enkele effecten van CSE op een rijtje

Gebleken is dat CSE de groei remt van saprofytische bodembacteriën (bacteriën die hun voedsel uit dode bodemweefsels halen, red.) gist en andere soortgelijke culturen, en tarwekiemen. Handig vanwege de kleinere kans op ziekten, en ondergrondse nesten raken zo ook niet doorgroeid met wortels. Misschien is het inbouwen van CSE in wandel- en fietspaden een goed idee, om zo het groeien van wortels door de bestrating heen tegen te gaan.

Onder invloed van CSE beginnen bijenlarven te fosforesceren, terwijl de volwassen bijen veel actiever worden. Het is gebleken dat de CSE, net zoals zwaartekracht, niet kan worden afgeschermd. Het beïnvloedt levende organismen door muren, dikke metalen en alle andere schermen heen. Het is gebleken dat wanneer een CSE voorwerp wordt verplaatst, een persoon dit niet onmiddellijk voelt, maar pas een paar seconden of minuten later. Terwijl zoals Grebennikov het noemde, een ‘fantoom’ van het CSE-veld uren en soms maanden waarneembaar blijft.

Het is gebleken dat dieren (witte muizen) en mensen die in de zone van het CSE-veld leven zich snel aanpassen. Het kan niet anders. We worden overal omringd door holtes, groot en klein, omgeven door roosters en cellen van levende en dode planten (evenals onze eigen cellen). We zijn omringd door bellen van schuimrubber, schuimplastic, schuimbeton, kamers, gangen, hallen, dakbedekking, spaties tussen machineonderdelen, bomen, meubels en gebouwen. Het is gebleken dat de CSE-straling een sterkere invloed op een levend organisme heeft wanneer het uit de buurt van de zon is, en ook als het naar beneden gericht is, naar het centrum van de Aarde. Gebleken is dat klokken, zowel mechanische als elektronische, onnauwkeurig worden in een sterk CSE-veld. CSE lijkt een effect op tijd te hebben.

 

Manieren om CSE te meten

Grebennikov ontwikkelde een speciale CSE-meter. Hij verbrandde een strootje tot een heel dun houtskoolstiftje. Dat hing hij horizontaal op aan een spinrag-dun draadje in een jampotje. Hij deed een klein bodempje water in de pot en sloot het af. Het water was bedoeld om de effecten van statische elektriciteit teniet te doen. In de buurt van een CSE-veld ging het koolstiftje bewegen. Ikzelf gebruik een Bovismeter; voor mij een accurate manier om de CSE effecten te kunnen meten in termen van vitaliteit, met een nauwkeurige schaalverdeling. Ik meet dan niet alleen dat er een CSE is, maar ook hoe groot het effect is.

Grebennikov heeft in zijn onderzoek naar insecten vaak bestudeerd hoe het kan dat een hommel de ingang van de korf of de locatie van zijn nest kan vinden. Daarbij kwam hij er maar al te vaak achter dat een hommel, die zijn nest op de zolder van zijn huis had, vaak aan de verkeerde kant van de muur naar de opening van zijn nest zocht. En hij noemt ook de experimenten met jachtwespen, waarbij de grond – inclusief hun nest – werd verplaatst naar een andere locatie, waarheen de wespen gewoon weer meteen de weg vonden. Hommels en wespen vinden hun nest als gevolg van de ‘golfzender’ van hun nestholtes.

Ik maakte er een toepassing van die in staat is woningen te vitaliseren en zijn bewoners te beschermen, de Wifiwell [2]. Net zoals de holtes van de bijenraat dat doen voor de bijen in hun korf.

Bloemen zijn ook holtes en hebben daarom ook een CSE. Insecten vinden niet alleen op nectar en kleur de juiste bloemen, maar ook omdat de holte van de bloem een structuureffect geeft. Je kunt dit zelf navoelen door een vaas met bloemen op te sporen in een donkere kamer. Let op. Vooral klokvormige bloemen (tulp, lelie, amaryllis) geven een groot fantoom effect. Dus als de vaas tussentijds wordt verplaatst, is de oude locatie nog heel lang te voelen. De belangrijkste constatering wat betreft alle onzichtbare machten en krachten, is dat ze allemaal effect hebben op leven. En dat het effect dat ze hebben essentieel is voor het leven zelf. Leven kan niet bestaan zonder deze machten en krachten. Zo ook het door Grebennikov ontdekte CSE.

Ik maakte er een toepassing van die in staat is woningen te vitaliseren en zijn bewoners te beschermen, de Wifiwell [2]. Net zoals de holtes van de bijenraat dat doen voor de bijen in hun korf.

 

Ufo is gevolg van biogravitatie

Gebrennikov schrijft in zijn dagboek:
“Het drong ineens tot me door dat de resultaten van mijn experimenten met insectennesten een grote gelijkenis vertoonden met de verslagen van mensen die toevallig in de buurt van UFO’s waren geweest. Ik vergeleek ze met mijn eigen opmerkingen over dezelfde verschijnselen. Tijdelijke storingen van elektronische apparaten, verstoorde kloktijd, een onzichtbaar veerkrachtig obstakel met tegenbeweging, een tijdelijke daling in het gewicht van objecten, de sensatie van een afname van menselijk gewicht, fosforisatie, gekleurde lichtflitsen in de ogen, galvanische smaak in de mond. Ik weet zeker dat ik heb gelezen over dit alles in UFO-tijdschriften. Sta ik op de drempel van nog een mysterie?” 

Inmiddels is Grebennikov dus gaan vliegen met zijn anti-gravitatie platform. Hij ervaart een aantal merkwaardige zaken, waardoor hij steeds voorzichtiger wordt. Hij noteert in zijn dagboek:
“Ik mag niet worden gezien vanaf de grond. Ik werp bijna geen schaduw, zelfs niet in een zeer lage vlucht. Maar, zoals ik later zal vernemen, hebben mensen soms toch iets gezien. Ik lijk vanaf de grond gezien op een schijf, of op een schuine wolk met scherpe randen. Een wolk die vreemd beweegt, niet zoals een echte wolk zou doen. De meeste mensen zien helemaal niets en ik ben er blij mee voor het moment. Ik kan niet voorzichtig genoeg zijn! Ik heb nog niet begrepen waar mijn zichtbaarheid en onzichtbaarheid van afhangt. Ik moet bekennen dat ik bewust mensen vermijd. Ik vermijd alle steden en dorpen en probeer zelfs het kruisen van wegen en voetpaden te voorkomen.”

In zijn dagboek klaagt hij over de onhandigheid van het apparaat en dat het lijkt op een weegschaal. Hij ervaart soms problemen met zijn horloge en mogelijk ook met de kalender. Tijdens de afdaling op een vertrouwde open plek, voelt hij zich af en toe een beetje ‘buiten het seizoen’. Aldus kan het niet alleen mogelijk zijn om te vliegen in de ruimte, maar ook door de tijd, althans, zo lijkt het. Dat is ook een van de redenen dat hij ver weg van mensen blijft. Hij is bang dat hij per ongeluk de normale oorzaak/gevolg relaties verstoort. Hij is bang iemand te kwetsen. En hij verduidelijkt die angst. Hij maakt mee dat de insecten die hij op zijn vluchten in testbuisjes verzamelt soms spontaan zijn ‘verdwenen’. Ze verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Soms zijn ze volledig versmolten met het glas van de reageerbuis. Of zitten er smeltgaatjes in het glas van de buisjes. En soms voelde hij daarbij elektrische schokken wanneer dat gebeurde. Hij vindt zelfs een aantal keren een gevangen insect terug als een pop, dus als zijn eerdere stadium. Deze insecten bewegen dan nog even, maar sterven zodra ze worden aangeraakt.

 

Het platform en haar ontdekking

In 1988 deed Grebennikov onderzoek naar de structuur en functie van chitine in de schilden (afdekplaatjes van de vleugels) van torren. Onder de microscoop heeft dit een verbazingwekkende microstructuur – overigens ook te zien in vlindervleugels. Een structuur die zo ingenieus is dat ze niet zonder bedoeling kan zijn. De vraag van Grebennikov was dan ook: “Waarom hebben insecten dit en kunnen ze niet zonder?” Hij vroeg zich af of CSE er iets mee te maken had.

Tijdens één van zijn observaties onder de microscoop probeerde hij een rugschildje te pakken met een pincet. Het bleek in de lucht te zweven, draaide een paar rondjes en viel een eindje verderop weer terug op zijn buro. Zijn fascinatie voor dit fenomeen groeit met elke stap van zijn hierop volgende onderzoek. Hij gaat een pakketje van deze rugschildjes aan elkaar binden met dunne draadjes en probeert hoeveel gewicht ze kunnen houden. Hierdoor gaat hij zich ook afvragen hoe het eigenlijk komt dat grote dikke zware torren kunnen vliegen, vaak met heel kleine vleugeltjes. Zijn verbazing slaat enigszins om in paniek wanneer hij af en toe tijdens deze experimenten waarneemt dat de samengebonden rugschildjes een paar seconden lang ‘onzichtbaar’ worden.

Hij bouwt uiteindelijk een platform dat groot genoeg is om hemzelf te kunnen dragen en maakt zijn eerste succesvolle en zeer gevaarlijke vlucht in de nacht van 17 maart 1990. In zijn ongeduld om te testen, vergeet hij naar een verlaten gebied te gaan.

Hij bouwt uiteindelijk een platform dat groot genoeg is om hemzelf te kunnen dragen en maakt zijn eerste succesvolle en zeer gevaarlijke vlucht in de nacht van 17 maart 1990.

Hij beschrijft lyrisch zijn eerste vlucht, maar ook de paniek die hij voelde toen hij in de lucht hing en plotseling met een heftige kracht werd weggetrokken. Dat hij de controle over de beweging kwijtraakte en dat hij heel misselijk en duizelig werd. Hij slaagt er uiteindelijk in zijn platform weer onder controle te krijgen als hij boven de industriewijk Zatulinka vliegt. Hij ziet arbeiders beneden bij de fabrieken en gaat zo snel mogelijk naar een veilige plek om te landen.

 

Grebennikov op zijn platform, op de grond en leviterend.

Grebennikov op zijn platform, op de grond en leviterend.

Het platform

Het platform

 

Hij vervolgt zijn relaas in zijn dagboek:
“De volgende dag was het nieuws op tv en in de kranten meer dan alarmerend. Krantenkoppen als: “UFO over Zatulinka” en “Aliens weer?” betekende dat mijn vlucht was ontdekt. Maar hoe! Sommigen ervaren het ‘fenomeen’ als gloeiende bollen of schijven. Anderen beweerden dat zij een ‘echte schotel’ met vensters en stralen van licht hadden gezien.” 

In maart 1990 waren er bijzonder veel UFO-waarnemingen in Siberië, in de buurt van Nalchik. Er was ook zwaar UFO-verkeer in België, waar op 31 maart de ingenieur Marcel Alferlane een twee minuten durende film opnam van de vlucht van een enorme driehoekige vliegmachine. Grebennikov vraagt zich af “is het echt zo?”. Hij weet niet zeker of hij nu blij is of geschokt. Blij omdat niemand hem heeft gezien, geschokt omdat hij gelooft dat het UFO-effect nog iets anders betekent.

“Wat nu als ik niet de enige mens op Aarde ben die deze ontdekking heeft gedaan? Wat als er op verschillende plaatsen geëxperimenteerd wordt met vliegende apparaten volgens hetzelfde principe?”

Al snel went hij aan de waarheid hiervan. Het komt veelvuldig voor dat als hij ‘gesignaleerd’ wordt door mensen aan de grond, er de volgende dag een verhaal over UFO’s of marsmannetjes in de krant staat. Hij besluit zijn ervaringen dan ook met een advies aan iedereen die op deze manier vliegt:
“Vlieg op mooie zomerdagen. Vermijd werken in onweer en regen. Niet te ver of te hoog vliegen met het platform. Neem niets mee van de landingsplaats. Maak alle onderdelen zo sterk mogelijk en test het apparaat niet in de nabijheid van hoogspanningslijnen, steden, vervoer, of mensen. De beste plek voor het testen is een afgelegen bos, zo ver weg van menselijke bewoning als mogelijk. Anders wordt je een fenomeen dat bekend staat als ‘poltergeist’, iets dat binnen een straal van enkele tientallen meters ‘onverklaarbare’ bewegingen van huishoudelijke voorwerpen, het in- en uitschakelen van huishoudelijke elektrische apparaten en zelfs het veroorzaken van branden tot gevolg heeft.” 

Laten we – schrijft hij – het Dalnegorsk-fenomeen van 29 januari 1986 niet vergeten, blijkbaar een tragisch ongeluk van één van de uitvinders, waarbij het hele apparaat uit elkaar werd geblazen. Verspreid over een groot gebied werden alleen kleine flarden van cellen teruggevonden, onmogelijk om chemisch te analyseren.

De laatste reden voor zijn ‘non-disclosure’ is meer subjectief. Hij heeft geen vertrouwen in zijn medemens en zijn medebioloog. Hij ziet dat iedereen zich haast om ravijnen, weiden en bossen om te ploegen zodra er winst uit te behalen is. Men ziet zijn insectenvrienden als een lucratieve prooi. Een prooi die op het punt staat uitgeroeid, gekweekt, misbruikt te worden. Hij houdt liever zijn mond en hoopt dat hij zal worden begrepen door de lezer die directe informatie wil hebben over zijn ontdekking. En hij stelt vast dat er veel andere nieuwsgierige onderzoekers zijn die – eveneens zonder zelfzuchtige motieven – hetzelfde hebben ontdekt als hij en ook hun mond hebben gehouden. 

 

Noten:
[1] Een gedetailleerde beschrijving van het CSE effect kan gevonden worden in zijn boek The Mysteries of the World of Insects (Novosibirsk, 1990), en in de verhandelingen van Sibirskii Vestnik Selskokhoziastvennoi Nauki, no.3, 1984 en Pchlovodstvo, no. 12, 1984.
[2] Meer weten over de Wifiwell? Kijk dan op wifiwell.nl

 

Piet Vergunst is als filosoof en uitvinder zijn leven lang de alchemische processen van leven en vitaliteit aan het onderzoeken. In zijn nieuwe paradigma zijn deze processen dynamisch, levend, niet gebaseerd op materie maar op de tijd als eigenschap. Het bewustmaken van deze dynamiek is (van levensbelang en daarom) zijn levenswerk. Voor meer informatie, kijk op jouwkoers.com en wifiwell.nl .


 

You may also like...